Hij deed zijn ogen open — A Dutch short story
Discover a captivating short story in Dutch that intertwines themes of emotions, faith, and social engagement. — ”De bladeren waren nog …
Hij deed zijn ogen open — A Dutch short story
Photo by Kate Shashina on Unsplash
Hij deed zijn ogen open en zag een bos voor zich. Een bos dat was blijven steken in de tijd, in de herfst. De bladeren waren nog oranje, de grond al bedekt met van die prachtige, symmetrische papiertjes. De zon schitterde door de bomen op het microklimaat van de grond, waardoor dit nog meer tot uiting kwam. Het rook naar dennenbomen. Het voelde als 1999, een tijd voordat de toekomst begon. Hij knipperde nog een beetje met zijn ogen om te acclimatiseren. Hoe hij daar gekomen was, bleef een raadsel. Het enige wat hij zich nog kon herinneren voor dit moment was dat hij werd geholpen in het ziekenhuis vanwege zijn ziekte. Een ziekte die niet dodelijk zou moeten zijn, maar hem misschien toch fataal is geworden. Hij keek rustig om zich heen, liet zijn ogen het werk doen. Zijn hersenen namen alles op wat zijn ogen zagen. Er liep een gevormd pad door het bos. Het pad was onverhard, en het leek niet eens dat mensen hier echt zouden lopen, maar toch was het gekronkeld en gevormd door de mensheid. Hij keek naar beneden en stapte rustig op het pad. Hij bleef constant om zich heen kijken. Want wat moest hij verwachten, wat zou er aan kunnen komen… waarom was hij hier?
De jongen had al veel meegemaakt in zijn leven. Er werd op Mars, Enceladus en op alle andere plekken behalve aarde waar leven was over hem verteld. Hij was het verhaal dat ieder levend wezen wel ooit kreeg te horen. Uiteindelijk kwam hij op aarde terecht. Hij verbleef jarenlang onder de mensen en werd er zelf ook een. Hij kreeg blauwgroene kleding en alles aan hem was aards geworden, ook zijn hersenen en zijn gedachten. De jongen kon geen woorden vormen met zijn mond, en communiceren deed hij dan ook niet verbaal. Hij vond andere manieren om zijn stem te laten klinken en met mensen te socialiseren. Het was geen onrustig type, en aardse wezens beschreven hem dan ook als rustig, verstandig en slim. Hij gaf tijdens dit proces — onwetend — ook zijn sterfelijkheid op. En binnen enkele jaren kreeg hij een ziekte. Zijn ziekte bracht verborgen gebreken van de mens aan het licht. Hij was alleen geworden. Niemand die het iets kon schelen of hij daar in het ziekenhuis lag of niet, voelde hij. De dagen in het ziekenhuis zagen toen voor hem hetzelfde uit: hij was opgesloten in een kamer. Hij wenste zo zeer in zijn ziekenhuisbed dat hij weer naar vroeger kon gaan: een tijd waar zijn volledigheid tot uiting kwam. Een tijd waarin de jongen kon kiezen naar welke planeet hij toevloog, kon kiezen wie over hem vertelde. Nu was hij een ziek mens, geen verhaal, eerder een vergeten mythe.
Hij liep het pad af. Het pad liep soms fijn en soms vervelend. Het pad liep over grote heuvels en daalde af in vele dalen. De jongen liep langs veel plekken in het bos, plekken waar de zon nooit kwam en plekken waar de zon altijd scheen. Het pad leidde hem naar een prachtig uitzicht. Op de heuvel ging hij even zitten en het motortje van zijn ogen werd geactiveerd. Hij keek naar hoe vogels op de achtergrond de details vormden, hij keek naar de voorgrond waar alles als een schilderij zo echt leek. Hij keek naar de wolken, hoe die met hun pluizige en abstracte vormen de beide lagen met elkaar verbonden. Vanaf deze heuvel kon hij pas goed aanschouwen hoe het pad echt liep en waar het hem naartoe zou leiden. In de verte, waar het pad omheen draaide, zag hij iets wat leek op een fontein.
Hij ging de heuvel af en voelde toen pas hoe vermoeid zijn benen waren geraakt van het wandelen. Hij volgde het pad. Langzamerhand kwam het geluid van stromend water steeds duidelijker in zijn hersenen terecht. Zijn ogen bevestigden wat hij op de heuvel al had vermoed. Hij liep naar de fontein en keek het water in. Zwart. Het was puur zwart water dat toch licht doorliet, waardoor je zag wat er op de bodem van de fontein lag. Nog nooit had hij zoveel tweecentjes gezien. Hij schrok en viel bijna naar achteren toen hij opeens in het water een figuur achter zich zag staan. Hij keek achterom, maar daar was niemand. Hij keek weer terug in het water en zag het figuur weer. Ditmaal bleef hij kijken in het water. Het figuur dat zwart leek — ook al werd het niet duidelijk door het water — begon te spreken. Het figuur begon te lachen met een zware stem. “Dus, hoe bevalt de sterfelijkheid? Ik weet dat je terug wilt naar vroeger, ik weet dat je weer onsterfelijk wilt zijn. Maar als mens heb je die keuze niet meer. Ik bepaal of een persoon sterft of niet. Maar ik kan je een deal geven, ik kan geven wat je wilt. Je hebt twee opties: spring in de fontein en verdrink in het zwarte water. Je zult weer wakker worden in je bed. Of vervolg je reis, vervolg het pad. Aan het einde zal ik je onsterfelijkheid geven.”
De jongen kon niet praten, maar dacht na over wat de beste optie zou zijn. Hij vroeg zich af wat de catch van de tweede optie zou zijn. Want waarom zou het figuur hem enkel door een bos willen laten lopen om vervolgens de jongen weer onsterfelijkheid te geven?
“Er is helemaal geen catch, geen prijs die ik wil. Ik ben heerser over wat doodgaat, en ik bepaal graag ook hoe iemand doodgaat.”
De jongen klom op de rand van de fontein, keek goed naar het water en ging erin liggen. Het water was onaangenaam, het leek alsof het leven eruit was gehaald. En toch besloot hij om zijn hoofd volledig onder te dompelen. Het voelde alsof hij totaal geen gevoel meer had. Een soort rust en wijsheid. Vijf, zes, … De seconden tikten weg. Zijn hoofd was nog steeds onder water. En toen voelde hij het ineens: een gevoel. Het was zeer zwak en het water leek het sterk tegen te houden, maar de jongen voelde het gevoel net lang genoeg om uit het water te springen. Hij klom uit de fontein, keek nog eens goed in het water en zag dat het figuur grijnzend naar hem keek. Emoties kwamen op in het lichaam van de jongen. Hij huilde, lachte, jammerde en zuchtte. En zo ging hij met gevoel het pad toch volgen.
Het was al een lange tijd geleden dat de jongen op aarde was. Zijn eerste dag herinnerde hij zich nog al te goed. Het was vreemd om op een plek te komen waar wezens leken te geven om onnozele dingen. Mensen. Ieder had wel iets waar ze een moord voor zouden doen om dat te krijgen of te doen. De een hield van letters en woorden, en hoe deze zinnen vormden die emoties konden omschrijven. De ander was weer lovend over hoe leuk koken was. Maar geven om elkaar, dat deden de wezens niet. De jongen vroeg zich af: waarom boeien dingen mensen toch? Koken was, net als alle andere rituelen, uiteindelijk een manier richting de dood. Mensen leken ook te geven om administratieve dingen, regels, wetten en andere imaginaire principes. De jongen snapte maar niet waarom de mens zich daaraan hechtte.
Voor een lange tijd had hij het niet begrepen, tot op een dag dat hij last kreeg van zijn buik. Hij keek naar zijn rommelende buik en vroeg zich af of dat normaal was. Toen hij naar zijn vrienden ging om duidelijk te maken dat hij iets aan zijn buik had, verwezen ze hem naar de huisarts. De huisarts vertelde hem dat hij een ziekte had die uiterst zeldzaam was, zo zeldzaam dat ze onbekend was voor de huisarts. De jongen sliep namelijk niet, hij at geen eten, hij sportte niet, hij deed niets wat een mens nodig heeft om gezond te leven. Toch stond de jongen daar als een bloem die altijd in volle bloei was. Het ging vanaf die prognose steeds slechter met hem. Zo nu en dan kwamen er gevoelens naar boven. Voor het eerst voelde hij positieve gevoelens waaronder enthousiasme, blijdschap en trots. Maar ook negatieve gevoelens voelde de jongen ineens. Hij begreep niks van deze gevoelens. Hij had namelijk geen gevoel als verhaal en ook niet als mens dacht hij. Maar toen zijn hele menselijke lichaam werd overspoeld door gevoelens, begreep hij ineens heel goed waarom mensen naar onnozele dingen verlangden: dat voelt namelijk goed.
De nacht begon te komen en hij had voor het eerst in zijn leven zin om ergens te gaan rusten van het wandelen. Het pad was vanaf de fontein verwarrend geworden: kronkelend tussen de bomen van het bos door. Hij ging tegen een boompje zitten en sloot zijn ogen. Kort opende hij zijn ogen en zag hij het beeld weer dat hij de afgelopen tijd al voortdurend had gezien. Hij keek naar het schilderij dat aan de wand hing in zijn kamer in het ziekenhuis. Maar voordat hij zich totaal kon realiseren wat hij zag, zag hij weer de plek waar hij ging rusten bij het boompje.
De nacht was gekomen en een hemelse lantaarnpaal was tevoorschijn gekomen. De jongen keek er goed naar. De maan, een object dat zich boven de wolken bevindt — de mens was er ooit geweest. Maar hij, hij was er al duizenden keren geweest. Vanaf de maan kon je pas echt zien hoe de aarde eruitzag. Vanaf de maan kon je alle onvolmaakte verhalen zien. De jongen was hier vaak gekomen om de mens te bestuderen, te kijken hoe een mens leeft en waarom het leeft. Nu vulden zijn gedachten zich enkel met vragen over het pad. Over waarom hij hier over het pad liep en waarom het figuur dat van belang vond.
Terwijl hij zijn reis voortzette, kwam hij een verlichte open plek in het bos tegen. De nacht was nog niet afgelopen, maar de lantaarn scheen op deze plek. In het midden van de open plek, tussen de bomen, zag hij een meisje staan. Ze had fluweelwitte haren die reikten tot de bodem van de aarde. De jongen keek haar aan en zag dat zij hem ook zag. Ze bleef stilstaan, zonder enig geluid te maken. In alle nieuwsgierigheid liep de jongen naar het meisje toe. Was dit misschien al het einde van het pad? Zou hij van haar zijn onsterfelijkheid weer krijgen?
Het meisje beantwoordde zijn gedachten indirect door aan te geven dat zij ook een pad volgde. Hun paden kruisten elkaar en fuseerden tot één. Hij keek naar het gefuseerde pad en toen weer terug naar haar.
“Hoi, wie ben jij? Hallo, kun je mij verstaan? Oh, je kunt niet praten. Kun je misschien uitbeelden wat je hier doet, zo alleen? Je danst… nee, je loopt… je loopt een weg, naar die kant? Ja, ik ook.”
De jongen wees naar haar, toen naar zichzelf, en maakte loopbewegingen richting het gefuseerde pad terwijl hij op zijn plaats bleef staan.
“Ja, is goed. Maar weet jij dan waarom we dit pad volgen?”
De jongen schudde nee. Hij wees naar haar, haalde zijn schouders op en wees vervolgens naar de omgeving.
“Waarom ik hier ben? Nou, ik heb eerlijk gezegd ook geen idee. Ik werd ineens wakker in een bos en toen kwam ik een fontein tegen. Een persoon vertelde me dat ik twee opties had. Ik koos de eerste en toch werd ik weer in het bos wakker.”
De jongen besefte ineens dat er helemaal geen echte keuze was tussen de eerste of tweede optie. Het zou gaan zoals dat figuur het wilde. Hij pakte haar hand en liep verder over het pad.
Onderweg vertelde ze wie ze was. Ze was een doodnormaal meisje, beschreef ze. Ze had enkele vriendinnen, deed veel leuke dingen zoals stedentripjes, keek Netflix en schreef verhalen. Ze studeerde aan een hogeschool in Amsterdam. Ze was in haar eerste jaar en had een passie voor koken. Ook had ze een relatie met een hele aardige jongen. Zijn naam was Max, en haar naam was Aisling. Ze wist niet wat er echt om haar heen gebeurde; enkel haar eigen bubbel was bekend. Ze had soms wel fragmenten uit andere bubbels gezien, maar voelde geen noodzaak om die mensen te helpen of überhaupt medelijden te tonen.
Ze was gelovig, ja. Maar wat het voor haar betekende leek meer op een narcistische uiting van haar wil, een excuus. Zij was immers geholpen door God, zij deed alles zoals een deugd zou moeten doen, en zo maakte ze zichzelf wijs dat ze zo een plekje in de hemel kreeg. De jongen begreep geloof in eerste instantie niet. Waarom zou je ervoor vechten? Waarom denkt de een dat Hij wel bestaat en de ander niet? Maar nadat hij gevoel had gekregen toen hij aards werd, begreep hij het ineens een stuk beter. Want was geloof niet gevoed door gevoel? Waren die twee eigenlijk niet hetzelfde, maar taalkundig net wat anders? Want gevoel, dat was wat geloof maakte.
Hij keek naar haar, en wat hij zag was een naïef persoon die nog veel te leren had over de mensen om haar heen.
“Waarom kijk je mij zo aan? Heb ik iets verkeerds of geks gezegd? Nee? Oké, ik zal doorgaan. Dus wat ik al zei: Max was weg boodschappen aan het doen en ik werd ineens hier wakker in het bos. Ik heb, voordat ik jou ontmoette, veel andere dingen hier meegemaakt. Ik heb een klein schooltje gezien in het bos, ik heb een herberg gezien, ik heb een brug gezien naar een boomhut. Bij die boomhut heb ik veel geleerd over fantasie. Er was daar een andere jongen genaamd Jess met zijn zusje. Ze waren samen denkbeeldige wezens aan het helpen in hun koninkrijk. Eerst vond ik het maar een beetje gek, maar toen ik mijzelf echt overgaf aan het fantaseren, zag ik in hoe leuk het kon zijn.”
Het verhaal over Jess en zijn zusje zette de jongen aan het denken. Het lijkt wel of in dit bos verhalen zitten die naïeve mensen zoals Aisling leren om meer empathie en fantasie te hebben. Wat zou het figuur van de fontein hiermee willen bereiken? En ineens schoot het hem te binnen. De hele reden waarom hij hier was, was omdat hij onsterfelijk wilde worden. Hij wilde het ding wat het minst waardevol is in een mensenleven. Want eeuwig leven maakt het leven niet levendig, niet vol zoals alleen gedachten dat kunnen doen. Het enige wat het leven waardevol maakt, zijn gevoelens, de mensen, de onnozele dingen, de ervaringen: het complete plaatje.
Hij werd wakker. Alleen in zijn kamer. Terug op aarde, terug in het ziekenhuis. De ochtend was aangebroken en hij keek om zich heen. Zijn glas water stond er nog, de bloemen van zijn vrienden stonden er nog. Het schilderij van de wolken hing er nog. Alles wat hij zich kon herinneren dat in de kamer aanwezig was, bevond zich nog steeds in de kamer. De jongen kwam langzaam overeind en ging op zijn bed zitten. Hij wilde een slok water nemen, want van het leven kreeg hij dorst. Hij keek in zijn beker en zag zwart water. Het figuursstem kwam weer tevoorschijn.
“Sneller dan verwacht. Goed gedaan. Ik had ook niets anders verwacht, je bent immers geen echte mens. Mensen zullen nooit zien wat het leven waardevol maakt, ze zullen niet zien wat om hen leeft en zullen nooit begrijpen dat alle handelingen voortkomen uit gevoel. Veel mensen zullen altijd verdwaald blijven in het bos, ongeacht hoeveel verhalen ik aan hen geef. Daarom is hun einde altijd iets wat ik bepaal. Maar ik zal je niet beëindigen, want je bent namelijk een van ons. Je bent wat een onvolmaakt mens zou noemen: een volmaakt verhaal.”
Hij keek nog eens om zich heen. Ja, alles was er nog… behalve zijn buikpijn.
© Vulzan7no.
메타데이터
- post_id
- 04e2dcade7ab
- slug
- hij-deed-zijn-ogen-open-a-dutch-short-story-04e2dcade7ab
- url
- https://medium.com/@vulzan7no/hij-deed-zijn-ogen-open-a-dutch-short-story-04e2dcade7ab
- canonical_url
- https://medium.com/@vulzan7no/hij-deed-zijn-ogen-open-a-dutch-short-story-04e2dcade7ab
- author_url
- https://medium.com/@vulzan7no
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-24 08:42:33