Een onheilspellende ontmoeting
Doffe voetstappen weerkaatsen tegen de kale muren van de stille straten. Schaduwen vallen door het zwakke licht van lantaarnpalen op de…
Een onheilspellende ontmoeting
Doffe voetstappen weerkaatsen tegen de kale muren van de stille straten. Schaduwen vallen door het zwakke licht van lantaarnpalen op de kapotte straatstenen. In de verte klinkt een schot. De schaduwen stoppen abrupt en verdwijnen in de duisternis. Van de ooit zo levendige en mooie wijk is niets meer over. De ENKA-wijk moest de toekomst van Ede worden. Een wijk met veel jonge gezinnen, spelende kinderen en overal groen. Dit leek ook gelukt te zijn. Nog geen tien jaar terug was de wijk volop in bloei. Het was een gezellige wijk waar veel buurtactiviteiten werden gehouden. De buurtkinderen gingen samen naar de lokale school en groeiden met elkaar op. Hoe heeft deze nieuwe wijk kunnen veranderen in een kille, lege spookwijk?
Het begon allemaal ongeveer tien jaar geleden. De wijk was naast het station Ede-Wageningen gebouwd, hierdoor was de wijk goed te bereiken. Nooit had iemand erbij stil gestaan dat dit de oorzaak van het einde van de mooie wijk zou worden. De wijk was volop in bloei toen de eerste grimmige situaties zich voordeden. Het begon erg onschuldig. Een groepje verveelde jongeren kwam vanaf het station richting de wijk en vielen ’s avonds buurtbewoners lastig. Dit ging al snel over in het stelen van elektrische fietsen. Toen de eerste inbraak uitgevoerd werd, schakelden de buurtbewoners de politie in. Helaas gaven de agenten niet veel medewerking. De groepen jongeren werden steeds groter en kwamen na enkele maanden niet alleen ’s avonds, maar ook overdag rondhangen in de wijk. Kinderen durfden niet meer op straat te spelen. Ook moeders voelden zich steeds onveiliger in hun eigen huis wanneer de vaders naar werk waren. Ongeveer twee jaar na de eerste inbraak werd het eerste kind vermist. Het driejarige meisje was op een zonnige maandagmorgen aan het spelen in de door huizen omsingelde speeltuin. Ineens was ze spoorloos verdwenen. Nu zeven jaar later is er nog geen spoor van het meisje gevonden. Vlak hierna verdwenen steeds vaker tientallen kinderen die uren later pas teruggevonden werden.
Ik heb het allemaal gezien en meegemaakt. Jonge gezinnen verhuisden massaal. Mijn ouders wilden hier ook graag weg, maar dit was financieel gezien niet mogelijk. Ik heb de wijk langzaam zien veranderen. Huizen bleven leegstaan en tuintjes werden niet meer onderhouden. Iedereen begaf zich zo min mogelijk op straat. Ik hield van de wijk, het was mijn thuis. Ik speelde altijd graag buiten, maar nu kom ik er ook liever niet meer.
Het is een kille, regenachtige avond als ik naar huis fiets door de grimmige straten van de wijk. Voor me klinken weer een paar schoten. Ik stop en besluit een andere route te nemen. Mensen die hier in het rond schieten is voor mij ondertussen een gewone zaak geworden. Toch neem ik geen risico en draai het stuur van mijn fiets. Ik hoor geritsel en kijk verschrikt om me heen. “Is daar iemand?” Ik hoor mijn stem trillen, maar ik probeer mijn angst te verbergen. Vanuit mijn ooghoeken zie ik een schim zich losmaken uit de duisternis. In het zwakke licht van de lantaarnpaal zie ik een magere gestalte met een ingevallen gezicht. Een sterke wietgeur dringt mijn neus binnen. Ik probeer weg te fietsen, maar mijn lichaam komt niet in beweging. Angst kruipt in me naar boven wanneer hij langzaam op me af komt lopen. Het lantaarnlicht weerspiegeld op het mes dat uit zijn jaszak haalt. Met grote langzame stappen komt de man naar mij toe. Hij kijkt me met donkere ogen dreigend aan en op zijn mond staat een angstaanjagende grijns. Het is niet de eerste keer dat er iemand zonder pardon midden op staat is neergestoken of is meegenomen. “Geef antwoordt!” Met een ruk word ik de realiteit weer ingetrokken. De stem van de man klinkt ijskoud. Ik kijk hem angstig aan, maar houdt verstandig mijn mond. De man gebaart me om met hem mee te lopen. Hij drukt het mes in mijn rug en langzaam lopen we richting de poort die aan het spoor grenst. Het angstzweet breekt me uit als ik achter de poort een donker busje zie stoppen. Mijn gedachten gaan razendsnel. Ik laat ze toch niet zo ineens meenemen? Mijn angst maakt plaats voor woede. Met een ruk draai ik me om. Een paar seconden kijk ik de man recht in de ogen. Zijn haar hangt in natte plukken over zijn ogen, maar ik zie de verbazing op zijn gezicht. Ik realiseer me dat ik nu snel moet handelen. Met alle kracht in me duw ik tegen hem aan. Hij had hier duidelijk niet op gerekend en tuimelt achterover. Ik gebruik dit moment en ren weg. Achter me hoor ik de man iets naar het busje schreeuwen en vlak daarna klinkt er een schot. Een pijnlijke steek schiet door mijn been. Ik probeer er geen aandacht aan te geven en ren door. Een paar straten verder houd ik het niet meer. Ik strompel een steegje in en kijk naar mijn been. Ik schrik als ik mijn witte broek langzaam donkerrood zie kleuren. Ik heb dringend hulp nodig. Ik vis mijn telefoon uit mijn broekzak. Politie bellen heeft geen zin weet ik uit ervaring, die komen hier ondertussen niet meer. “Een hopeloze, criminele bende”, noemen ze het. Pappa dan maar, die neemt wel op. Terwijl ik de telefoon naar mijn oor breng kijk ik voorzichtig de hoek om richting de straat. Ik geef een gil. Twee donkere ogen kijken me aan.
Tuuut….tuuut..
“Dag liefje, pappa kan nu even niet bellen. Bel straks maar even terug……..oké?…….. liefje?………… ben je daar nog?”

메타데이터
- post_id
- 2c19de4309f6
- slug
- een-onheilspellende-ontmoeting-2c19de4309f6
- url
- https://medium.com/@editieede/een-onheilspellende-ontmoeting-2c19de4309f6
- canonical_url
- https://medium.com/@editieede/een-onheilspellende-ontmoeting-2c19de4309f6
- author_url
- https://medium.com/@editieede
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-23 15:22:08