DIE MOEILIKHEDE MET DIE GONJEMANS
Wanneer Fiscaal aan de Caap van Goede Hoope was is ’t voorgevallen dat vijf vrij-borgers, met namen Hendrik Tieleman3 (die Burgermeester…
DIE MOEILIKHEDE MET DIE GONJEMANS

DIE MOEILIKHEDE MET DIE GONJEMANS
Wanneer Fiscaal aan de Caap van Goede Hoope was is ’t voorgevallen dat vijf vrij-borgers, met namen Hendrik Tieleman3 (die Burgermeester van het vlekje onder ’s Compagnies kasteel gelegen was geweest), Hans Ras4, de jonge Mostaart (wiens broeder5 doenmaels regeerend Burgermeester was), benevens noch drie anderen, welkers naamen my voor tegenwoordig niet komen in gedagte te schieten; de vyf geseide borgers waren met den anderen in Compagnie met twee wagens ende vier paerden, beneffens mondkost voor twee of drie weken gereden naar de Groote Revier, omme aldaar (gelijk meermalen gedaan werd) zee-koeyen so om te verkoopen, als voor eige provisie te schieten6, wanneer aldaar door een, grote trop [109]Garachouquas, anders Gonjemans7 door de wandelingh by de onse genoemd, met welke doemaels die van de Oost-Indische Compagnie in oorlogh leefden, onverwacht overvallen wierden; dese roovers ontsetteden aldereerst dese vrijluiden haar geweer, paarden en de wagens, haar persoonen daar naar mede besettende; maar de voornoemde Mostaart, die te paard beneffens de wagens was komen rijden, ontvluchte haar moordadige handen; de andere vier so met hasegayen als met kirrien (by haar sogenoemd, dat doorne stokken sijn) op het jammerlijckst om halsraackten, welke droevighe tijdingh aan het Fort of Kasteel door den ontvluchten gebracht wierd8.
Weinig tijd daar na wierden vier van dese moordenaars door Hottentotten, dat haare vijanden ende onse vrienden waren op een Sondaghen morgen9 als gevangenen voor den Heer Ysbrand Goske, die doenmaals goeverneur van het Caapsche Territoir was, gebracht, die my aanstonds daarop liet by sijn Ed. ontbieden, met eenen my aendienende, dat sy Hottentotten die haar gevangen gebracht hadden, versochten in ons by wesen daar selfs op haar manier straf over te doen — of ook yetwes als fiscaal daar tegens hadde, waar op seide van harten blijden te wesen van de moeite van verdere proceduren ontslagen te sijn ende mede seer gaarne wilde aanschouwen, hoedanig die natie met soodanige moordenaars te werk souden gaan10.
Wy dierhalven met de andere Raeds-Persoonen, op het hoorn-werk11 boven de poort, daar doenmaels [111]de luitenant Koon12 woonde, sagen met gemak beneden op het strand recht voor de poort dese vier quanten om hals brengen, dat op dese manier aangevangen wierd.
Wel twee op drie honderd13 van die Hottentotten die haar gevangen hadden, waren altemael versien met so een doorne stok of kirry, omtrent een duim dik en vier of vijf voet lang, sijnde alle moeder-naakt uit-gesondert een klein velletje een voet omtrent in ’t vierkant dat voor haar schamelheid hingh een Cha-karos by haar genoemd, gelijk ook de geseide vier gevangenen mede toe-gedost waren uit-gesonderd de kirry. Sy dan sprongen en dansten met een groot gefleuit ende geschuifel, musicaalsgewyse, ’t welk een soete ende aangename harmonie maakte, in een ronde kringh rondom dese patienten die tusschen beiden als ter dood verwesen, bitterlyk stonden te weenen.
Weinigh tijd daar naar, om meerder wraak te nemen van de vermoorde borgers, sond de heer Goeverneur vijftigh Compagnies dienaren met snaphanen voorsien onder ’t geleide van den Vaandrager Krose, beneffens eenighe vrywillige borgers [112]te paarde14 onder ’t gheleide van haar hopman en borgemeester Elbert Diemer15 te landewaart in, vergesellschapt met de voornoemde Hottentots kapiteinen met haar volkje, die voor gidsen en naderhand voor vee of roof-aan-drijvers dienden (want tot het vechten dienden sy weinigh) welke gesamentlijk (sijnde maar een vryman op dien veld-tocht gequetst geworden16) meteen roof ende beuit van omtrent acht duisend stuks vee17 naar vier wekens uitblijvens, aan-quamen, vertoonende van verre het aangenaamste gesicht van de wereld, het vee wel twee ueren in ’t ronde sich verspreidende, daar de victorieuse borgers ende soldaten mede aenquamen setten, by naar gelijkende in ’t verschiet een ontmoetingh van Jacob ende Esau met alle haare runderen ende schapen of wel een Turksche Kachel of Caravane, wesende het beestiaal spiegel glat van vettigheid, daar doen een [113]rijkelijke uitdeelingh, soo aan de borgers als Hottentotten gedaan wierd, de rest de Compagnie voor sich behoudende.
Naar eenige tijd als gesecht gedanst ende gefleuit te hebben, sprongen de kapiteinen Klaas18, Kuiper19, Schacher20, Houtebeen21, met een noch een Hottentots kapitein22 in ’t midden van de kring met haar kirryen in de vuist, die aanstonds van de andere meenichte op gelijke wijs gevolghd wierden en tijden23 geen kleintje op de bloote armen, dyen, billen, schouderen, scheenen ende kuiten aan ’t beuken (hoofd en borst wierden onder ’t slaan verschoond,) so dat in ’t korte die miserabile menschen haar lichamen met die harde stokjes so murw en week als pap geslagen wierden en door die onmenschelyke pijnen voor dood onder de voet vielen, wanneer weder op het wenken [114]van de voorgemelte kapiteinen sy gelijker hand aflieten en sy wederom als vooren aan ’t dansen fleuiten, schreeuwen en schuifelen geraakten tot dat die vier half doode patienten wederom over einde resen, naar dat een quartier uirs ongemoeid ende sonder slagen haar adem hadden gehaald, weder ’t eenemaal bekomen waren ende flux op haar kooten24 stonden; keken tusschen beiden haare vyanden ende met eenen beulen al schreyende seer droevig aan, die sonder genade op het gegeve teiken van kapitein Klaas (die wel de wakkerste, verstandigste en dapperste kapitein onder haar was) gelijkelijk op de voorgaande wijse weder aan vielen, soo lange weder op die taaye huiden beukende, tot als vooren voor dood weder in ’t voetsand raakten, sonder dat in al dat slaan het alderminste bloed gestort was, slimmer als yemand die met aals-vellen25 vol heet zand gebeukt werd; dit danssen, fleuiten en slaan tot verscheide reisen omtrent derd’half uer geduerd hebbende, wierd door den Heer Gouverneur (die dat barbarisch en over wreet schouw-spel al moede was) belast wat kort met haar om te gaan en die elendige menschen voort aan een kant te helpen; daarop dan aanstonds gelijkelijk, soo op het hoofd, als borst buik ende mannelijkheid so vehement en buiten gemeen wreet aan vielen, dat in ’t korte niet alleen onder de voet, maar geheel dood raakten. Werdende doemaals de lijken, door ordres ende bevel van den opgemelten Heer goeverneur, by de beenen aan [115]een gebonden en met een sloep in ’t midden van de Tafel-baay geroeid ende gesleept, alwaar met een groot gewicht keyen daar aangebonden van de schuit wierden los gesneden ende also te gronde gedompeld26.
1Die volledige tietel is: Lust-Hof der Huwelyken, behelsende verscheyde seldsame Ceremonien en plechtigheden, die voor desen bij verscheyde Natien en Volckeren soo in Asia, Europa, Africa als America in gebruik zijn geweest, als wel die voor meerendeel noch hedendaags gebruykt ende onderhouden, naeuwkeurigh, soo uyt oude als nieuwe schrijvers bij een vergadert door P. de Neyn Rechtsgeleerde, voor desen gewesene Fiscael in dienst der E. E. Oost-Indische Compagnie aen Cabo de Boa Esperance, mitsgaders desselfs Vrolycke Uyren, uyt verscheyde soorten van mengel-dichten bestaande. Amsterdam, 1697.
2Kopie-Dagregister, 1674–76 (Kaapse argief, №270), bls. 56.
3Die skrywer bedoel seker Tielman Hendriks, wat in die monsterrolle (Kaapse argief, №945) voorkom as meesterkneg en sedert 1661 as „vrijlandbouwer.
4Hans Ras, vroeër soldaat in diens van die Kompanjie en sedert 1658 vryburger aan die Kaap.
5Dit was Wouter Cornelisz. Mostaert, uitgekom as Kompanjie-soldaat, en een van die allereerste vryburgers aan die Kaap (1657); as een van die invloedrykste lede van die jong samelewing het hy die ampte van burgerraad, burgerluitenant en ouderling aan die Kaap beklee.
6Hierdie jagtog is onderneem deur die burgers „om eenige groff wildt ten behoeve haerer familien te schieten,” en hulle was „met ons (die regering syne) consent int lant vertrocken.” Leibbrandt (Precis of the Archives, Journal, 1671–74 and 1676, bls. 140) vertaal dus verkeerd waar hy spreek van „eight of our burghers, who, without permission, had gone up to shoot some large game for the needs of their families.
7Die skrywer bedoel seker die Goringhaiquas, wat soms ook die naam van Gonjemans gekry het. Die eintlike Gonjemans was ’n tak van die Cochoquas en is deur die Hollanders so genoem na hulle hoof Gonnema, of die Swart Kaptein. Gonnema se krale was toe in die buurt van Riebeekskasteel en Vier-en-twintig-Riviere.
8Hierdie verhaal word bevestig deur die Dagregister, Ao. 1672–73, (Kaapse argief, №269), onder datum 29 Junie 1673, 10 Julie 1673 en volg. Die Dagregister gee egter geen besonderhede nie, o.a. geen enkele van die name van die burgers wat in die hinderlaag van die Gonjemans geval het nie. Die regering het onmiddellik ’n strafekspediesie teen die Gonjemans uitgestuur onder vaandrig Jer. Cruse en burgerluitenent Elbert Diemer. (Sien Dagregister, 11 Julie 1673). Kort ná hulle vertrek kom die tyding dat die vyandelike Hottentotte ’n nuwe moord gepleeg het en gedurende ’n aanval op die Kompanjiepos aan die Saldanhabaai hulle korporaal Dirk van der Heerengraaf, ’n soldaat en twee koloniste om die lewe gebring het. Versterkinge word nou gestuur, maar die kommando het daar nie in geslaag nie om, soos die opdrag gelui het, die „geweldinaers” met wortel en tak uit te roei, „sonder ijets dat mannelick is te verschoonen.” (Resolutie van die Politieke Raad, Kaapse Argief, 14 Julie 1673). Die vyand het ontsnap in die berge, en Jer. Cruse [110]moes vir hom tevrede stel met die buitmaak van ’n taamlike klomp vee: 800 beeste en 900 skape. (Sien Dagregister, 25 Julie 1673).
메타데이터
- post_id
- a8e6fe49a4e0
- slug
- die-moeilikhede-met-die-gonjemans-a8e6fe49a4e0
- url
- https://medium.com/@fixup516/die-moeilikhede-met-die-gonjemans-a8e6fe49a4e0
- canonical_url
- https://medium.com/@fixup516/die-moeilikhede-met-die-gonjemans-a8e6fe49a4e0
- author_url
- https://medium.com/@fixup516
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-19 00:27:16