Pioniers van de Ruslandhandel (1560–158)
Philips Winterkoning en Olivier Brunel: onthoud deze namen. Terwijl Ivan de Verschrikkelijke aan de macht kwam in Rusland en met zijn…
Pioniers van de Ruslandhandel (1560–1585)
Philips Winterkoning en Olivier Brunel: onthoud deze namen. Terwijl Ivan de Verschrikkelijke aan de macht kwam in Rusland en met zijn terreurapparaat van de Opritsjniki een schrikbewind voerde, gingen zij in de jaren 1560 even de Russische markt verkennen. Ze kwamen allebei jammerlijk aan hun einde. Winterkoning en Brunel openden echter wel de weg voor de Antwerpse handel met Rusland, de start van de vruchtbare relaties tussen Rusland en Nederland tijdens de Gouden 17e Eeuw.

*Noord-Europa op een kaart van Johannes Vrients (1601)**
Dat er wel degelijk een handelsnetwerk bestond in de Nederlanden met Antwerpen als centrum, bewijst de handel op de Witte Zee en de Dvina-delta ontstaan in de jaren 1560. Kapitaalkrachtige handelaars uit Antwerpen werkten samen met schippers uit Zeeland of Noord-Holland. Zo was er Philips Winterkoning uit Ooltgensplaat uit Zeeland, die de handen in elkaar sloeg met Antwerpse handelaars.
Winterkoning was een avontuurlijk man die zich in 1562 eerst had gevestigd in het noorden van Noorwegen (toen nog een deel van het Deense rijk). Hij kocht er traan en vis van lokale monniken en verscheepte die naar de Hanzestad Bergen, het toenmalig centrum van de handel in Scandinavië.
“Om munt te slaan uit die kennis (van de lokale handel, td) verliet hij in 1562 de Deense dienst en reisde naar Antwerpen om daar in compagnie te treden met de plaatselijke kooplieden Johan van Reyde en Cornelis de Meyer”, aldus Jan Willem Veluwenkamp in zijn boeiend boek Archangel, Nederlandse ondernemers in Rusland 1550–1785. Winterkoning wist dat er in het noorden aan de Moermankust goede handel te drijven was. Het was een streek waar ook de Engelsen actief waren.
De Engelsen aan de Dvina-delta
Het begin van de Engelse handel met Rusland is een van die ongelukjes van de geschiedenis, waar een mislukking leidt tot een veel groter en onverhoopt succes. Denken we maar aan de VOC-expeditie van de Halve Maen met Hudson, die eigenlijk op zoek was naar een noordoostelijke doorgang naar Azië en plots aan de andere kant op dook en per ongeluk New York ontdekte.
Anno 1553 zochten de Engelsen een doorgang via de noordpool naar Azië (om zo de Portugezen te snel af te zijn). Daarvoor werd een vloot uitgerust maar die raakte in de problemen in Kola (Cola op het kaartje), aan de Moermankust. De bemanning moest overwinteren in extreme omstandigheden en de meesten kwamen om. Eén schip, dat van Richard Chancellor, voer door en stak de Witte Zee over en ontdekte per toeval de delta van de Dvina, een rivier die uit het binnenland van Rusland komt en in de Witte (pool)zee uitmondt. Chancellor voer de Dvina op tot in Moskou en kreeg daar een onderhoud met niemand minder dan Ivan IV. De tsaar en Engelsen zagen een uitstekende gelegenheid om rechtstreeks handel te drijven zonder tussenpersonen en Chancellor werd terug naar Engeland gestuurd met een brief van Ivan (die toen blijkbaar nog niet bekend stond als “verschrikkelijk”) aan de Engelse koning. De Engelsen mochten overal in de Moscovische Republiek tolvrij handel drijven en kregen zelfs een huis aangeboden in Moskou en Cholmogory aan de Dvina. In Londen werd daartoe “the Russia Company” of the Muscovy Company opgericht, de Compagnie op Rusland.

Archangelsk (op een muurkaart van de Antwerpse Handelbeurs)
Het laat zich raden dat de Engelsen er niets voor voelden dat er concurrenten uit de Nederlanden ook op het Witte Zee-gebied gingen handelen. Maar Winterkoning, De Meyer en Van Reyde trokken zich daar niets van aan. “De Zeeuw laadde aan de Moermankust zijn schip vol met levertraan, kabeljauw en zalm en zond het schip naar zijn compagnons in Antwerpen”, zo verhaalt Veluwenkamp. Zelf huurde hij een Russisch schip en vulde het ruim met kostbare producten uit Antwerpen met laken en wijn en vertrok daarmee richting Witte Zee, om via de Dvina-delta naar Moskou te reizen. Onderweg kruisten ze een Russisch schip en ze deden wat ruilhandel en gingen voor anker. ‘ s Nachts werd de bemanning in haar slaap verrast door de Russen, ze hadden blijkbaar de smaak te pakken gekregen van de luxe-goederen (of te veel wijn gedronken) en de bemanning werd de keel afgesneden. Winterkoning kon de kust bereiken maar werd daar met een pijl gedood. “Het Russische schip bracht de lading van het schip over en ging er met de buit vandoor,” aldus Veluwenkamp.

Mooi kaartje van Johannes Van Keulen van de Dvina-delta in een west-oost perspectief (met dank aan Gerard Hofman)
De compagnons van Winterkoning lieten dit niet zomaar gebeuren. Cornelis de Meyer en de boekhouder van de compagnie Simon van Salingen, voeren uit Antwerpen naar de Moermankust met nieuwe goederen, maar vooral om de moord op hun compagnon op te helderen en de goederen terug te vinden. “Ze reisden zelf naar Novgorod (tussen de Dvina-delta en Moskou) met de bedoeling door te steken naar Moskou, maar ze raakten niet verder door negatieve adviezen aan de lokale ambtenaren, die naar verluidt omgekocht waren door de Russische kapers en … de Engelsen.” Aldus vertelt, Veluwenkamp. Dit doet toch wel even een wenkbrauw fronsen. Zaten de Engelsen misschien niet achter de moord op Winterkoning en zijn gezellen?
Salingen en de Meyer gaven niet op en na een verblijf in Kola, trokken ze terug hun stoute schoenen aan en verkleden zich als Russen en gingen tot in Moskou om de tsaar te zoeken en recht te eisen voor hun compagnon en hun gestolen goederen. Wanneer ze in Moskou aankwamen bleek dat bij Ivan de stoppen zwaar waren doorgeslagen en dat het gevreesde doodseskader, de Opritsjniki, overal dood en verderf zaaide. Van Salingen en De Meyer werd aangeraden terstond Moskou te verlaten. De eerste zou echter nog lang in Rusland en Lapland blijven en in dienst treden van de Deense koning. Hij zou een boek schrijven over zijn wedervaren (Bericht van Ao 1591), vandaar dat we nu al deze informatie hebben. Het handelshuis van de Meyer bleef handelen op Kola, in het kaartje boven: “Cola”.
De stad Kola werd in de jaren 1570 steeds belangrijker als handelsplaats, parallel aan Narva in de Oostzee. Het noorden van Rusland en Scandinavië binnen de poolcirkel was toen nog een woest onbevolkt gebied met inheemse stammen en rijk aan visserij producten en wat de Europeanen ‘wilde waren’ noemen, zoals vellen en bont. De Antwerpse handelshuizen verhandelden er zout (voor het pekelen van vis), laken, tinnen gebruiksvoorwerpen, peper en wijn. Vanuit de Moermankust haalden zij in ruil gedroogde en gezouten kabeljauw, traan, robbenvellen, visolie, zalm, bont en mica. Het gebied dat meer Oostelijk lag, de Dvina delta aan de Witte Zee was nog interessanter, want was de toegang tot het binnenland van Rusland en de weidse regio van Siberië. Het enige nadeel was dat de Engelsen daar al handel dreven met “the Muscovy Company”. Maar daar ging een man uit Leuven verandering in brengen.

Oude kaart van Lucas Waghenaar van de streek die Brunel bezocht: Helemaal rechts de rivier de Ob.
Olivier Brunel werd naar verluidt geboren in Leuven (al heeft Ortelius of Van Meteren het over Bruxelensis) en belandde op jonge leeftijd in Antwerpen, waar hij woonde aan de Sint-Pietersvliet. Hij trok in de jaren 1560 naar Kola en vandaar naar Cholmogory in de Dvina-delta om er Russisch te gaan leren.
Daar werd hij echter door de Engelsen aangegeven bij de lokale autoriteiten als spion. Brunel belandde in de gevangenis van Pereslavl, van waar hij werd vrijgelaten in 1570 op voorspraak van een belangrijke handelsfamilie, de Stroganovs, die rijk waren geworden met de zouthandel en werden gevrijwaard door de Opritsjniki. Brunel werd met zijn talenkennis meteen ingezet als gids en ontdekkingsreiziger om de streek van de Ob-rivier in Siberië te gaan verkennen. In dit gebied dat ten noorden van Kazachstan en Mongolië ligt waren zelfs de Russen nog niet geweest. De Stroganovs waren net zoals zovele handelaars niet in se geïnteresseerd in geografische ontdekkingen. Ze wilden nieuwe handelsroutes ontsluiten en wilden vooral weten of er via de Ob handel kon gedreven worden met China en het Oosten.
In 1576 gingen twee leden van de Stroganovs op handelsmissie naar de Nederlanden met hun gids Brunel. Ze maakten een stop in Dordrecht en kwamen dan aan in Antwerpen, waar ze contact zochten met de grootste reder van het moment Gillis Hooftman en de gebroeders Jan en Jacques Van de Walle, oorspronkelijk afkomstig van Doornik. Dezen zagen wel brood in samenwerking met de Russen.
De compagnie “Srs. Gilles Hooftman ende Jaeckes van den Walle, compagnie van Moscovia” werd gesticht. 1576 was ook het jaar van Spaanse Furie in Antwerpen. Het toont maar aan hoe flexibel de handelaars waren voor tegenslagen, want de eerste wijk (waar Hooftman woonde en zijn gebouwen had) werd grotendeels door brand verwoest nadat het Spaanse soldateska de toorts aan het Stadhuis had gehouden.

Gillis Hooftman en zijn vrouw Margaretha Van Nispen (door Maarten de Vos)
In 1577 al, voer Jan van de Walle met twee schepen af naar Cholmogory aan de Dvina. De missie was blijkbaar positief want een jaar later (in 1578) volgde er al een nieuwe tocht uit Antwerpen met vier schepen: drie koopvaardijschepen en één oorlogschip onder gezag van ‘Capiteyn Evert’. Het is duidelijk dat Gillis Hooftman zich niet zomaar zou laten beroven door een stel Russische bandieten. De schippers waren Zeeuwen en Hollanders, uit Alkmaar, Vlissingen en Dordrecht.
Jan van de Walle was de hoofdkoopman. Voor hem was het een tweede (en laatste) kans nadat hij in Antwerpen failliet was gegaan. Hij was 39 jaar oud toen hij aanlegde aan de Podesemsco-mond van de Dvina, bewust een andere aanlegplaats dan het Rozeneiland waar de Engelsen ankerden. Hij bouwde er woonhuizen en pakhuizen voor de Compagnie en trad er in contact met de lokale machthebbers, eerst de kloosters en uiteindelijk ook met de Tsaar. Ivan IV had dan wel een afspraak met de Engelsen, hij was vooral geïnteresseerd Rusland te internationaliseren en het doen aansluiten bij het westen, dus alle handel was welkom. Terwijl de Engelsen voornamelijk wol leverden, hadden de Antwerpenaars veel meer te bieden: gesofisticeerde producten als papier, fijn laken, peper uit het oosten, metaal uit Zuid-Duitsland en vooral ook zilver uit Amerika, goud en edelstenen. Van de Walle wist de gunst van Ivan de Verschrikkelijke en zijn Bojaren te winnen met uitzonderlijke sieraden als een gouden ketting ingelegd met topazen.
Het is niet duidelijk of Brunel in die periode bleef werken voor de Stroganovs of exclusief voor Hooftman en Van de Walle in de weer was. Feit is dat hij anno 1582 weer naar Antwerpen gestuurd wordt. De Stroganovs wilden immers proberen om via de noordelijke poolzeeën een doorgang te vinden naar Azië. Het was hetzelfde idee dat al eerder Richard Chancellor had gehad en indien het plan zou slagen, zou het zeker een erg interessante route zijn: men vermeed de concurrentie met de Portugezen die rond Kaap Goede Hoop naar het oosten gingen en een monopolie op die route hadden. Op de poolroute was het kouder, dus waren er ook geen tropische ziekten te vrezen. Als er een vaarroute zou zijn via het noordoosten, dan kon de Centraal-Europese markt bediend worden van specerijen zonder eerst via Lissabon of Sevilla te passeren. En in de koortsachtige zestiende eeuw waar alle naties, en nu ook de Nederlanden, op zoek gingen naar nieuwe handelsroutes was het erg belangrijk om de eerste te zijn en rechten te laten gelden.
Blijkbaar vertrouwden de Stroganovs niet op de Russische schepen of was er geen gespecialiseerde bemanning voor dat soort tochten, dus stuurden de Russische broodheren Brunel opnieuw naar Antwerpen om een reder te gaan zoeken die dit logistiek aankon. Ongetwijfeld hadden ze Gillis Hooftman op het oog. De tycoon die overal in Europa naar verluidt honderd schepen had rondvaren en ooit aan Abraham Ortelius de opdracht had gegeven om een oplossing te vinden voor de wiebelende opgerolde zeekaarten in de kajuiten van zijn kapiteins. Waarna Ortelius met zijn Theatrum Orbis Terrarum op de proppen was gekomen: de eerste atlas uit de geschiedenis.
Brunel vond echter Hooftman niet thuis aan zijn huis op de Werf, tegenover het Steen. Na een korte ziekte was de man uit Eupen, begin 1581 gestorven. Het is niet duidelijk hoe het dan gelopen is, maar Brunel kwam in contact met de jonge Balthasar de Moucheron, een calvinistische koopman die via zijn vader Pierre de Moucheron (oorspronkelijk een Normandiër) in de handel was geïntroduceerd. Balthasar de Moucheron woonde achter de hoek van waar vandaag de Academie gevestigd is: de Ambtmanstraat. De Moucherons betrokken er het prachtige pand De Grote Lelie wat nog aan de voormalige burgemeester Arnout van Liere had toebehoord (**) . Misschien hoorde de Moucheron bij het netwerk van Hooftman, dat suggereert toch Eric Wijnroks die in zijn boek de familiebanden ontleedt tussen de familie Van de Walle’s, de familie Vezelaer en de familie Moucheron.

De Grote Lelie vandaag (Ambtmanstraat 6)
De Moucheron beschikte over genoeg overtuigingskracht om Brunel te overtuigen om voor hem een expeditie te organiseren om de noordoostelijke doorvaart te vinden. Een erg ambitieuze onderneming. Brunel vertrok met een schip uit Enkhuizen aan het Ijsselmeer naar het schiereiland Nova Zembla en hij moest daar wachten op de broer van Balthasar, Melchior de Moucheron die met andere schepen onderweg was. De twee zouden elkaar nooit vinden. In een onduidelijke episode, wanneer Brunel de Witte Zee over stak, kapseisde zijn schip en verdronk hij in de Petsjora-rivier.
In wat een herhaling was, van wat Richard Chancellor 30 jaar eerder had meegemaakt, zat er voor Melchior de Moucheron die ondertussen in Kola was aangekomen, niets anders op dan de Dvina-rivier op te varen en daar zijn waren (die hij voor het oosten had meegenomen) te slijten. De mislukte zoektocht naar de noordoostelijke doorgang (de weg zou pas in 1934 door een Russische ijsbreker geopend worden) was het begin van een vruchtbare handel. Melchior de Moucheron vond een uitstekende ankerplaats, voor een orthodox klooster dat aan Aartsengel Michaël was toegewijd en waar de paar monniken handel dreven met lokale inwoners. Melchior ging hier grotendeels in Rusland blijven als agent en begon de functie vervullen als de aan het hof van de tsaar bekende Jan van de Walle, ondertussen herdoopt door de Russen tot “Witte Baard” of Bjelobord. Ze werden zelfs concurrenten wat tot een onverkwikkelijke affaire zou leiden in 1590, toen Van de Walle de neef van Melchior, Francois de la Dale, bij de Russen ging zwart maken en deze in de gevangenis belandde. De geschiedenis van Brunel herhaalde zich. Een en ander laat toch vermoeden dat men er niet veel voor moest doen om iemand in een Russische gevangenis te laten opsluiten. Nochtans kan men zich kan inbeelden dat buitenlanders, in het regime van Ivan de Verschrikkelijke er beter af waren dan de gemiddelde Rus.
Opvallend dat in 1585 het jaar dat Brunel verdronk, ook de metropool Antwerpen definitief ten onder ging. Maar voor het handelshuis de Moucheron, dat naar Middelburg verhuisde was de val van Antwerpen, niet het einde maar het begin van hun succesvolle handel met Rusland.
Dit vind ik nu eens een prachtig kaartje: meer schematisch dan realistisch met niet te veel informatie. Toen ik op wikicommons las dat er bij stond Author: Johannes Vrients*, Netherlands (1601 )had ik al meteen een voorgevoel dat het weer prijs zou zijn… En wat blijkt: Vrients, kaarten- en prentenmaker uit Antwerpen en doopvader van het kind van Gerard de Jode. Nu ja, Antwerpen was in “de Nederlanden” dus dat klopt ergens. Opvallend aan het kaartje is dat er een aantal belangrijke Hanzesteden er op staan: Hamburg, het Noorse Bergen (!), Rostock… en daarnaast ook een aantal Baltische en Russische steden als Sint Niclaes (Archangel)
** Van Liere verbeterde zich en verhuisde naar het fameuze Hof van Liere aan de Prinsstraat, het UFSIA-gebouw dat recent deels afbrandde.
메타데이터
- post_id
- e1804c65d7cd
- slug
- pioniers-van-de-ruslandhandel-1560-158-e1804c65d7cd
- url
- https://medium.com/de-antwerpenaars-van-de-republiek/pioniers-van-de-ruslandhandel-1560-158-e1804c65d7cd
- canonical_url
- https://medium.com/de-antwerpenaars-van-de-republiek/pioniers-van-de-ruslandhandel-1560-158-e1804c65d7cd
- author_url
- https://medium.com/@tomdieusaert
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-26 18:12:23