Ben ik mijn herinneringen?
Veel mensen kennen het fenomeen dat jeugdherinneringen zich onttrekken aan rangschikking op basis van belangrijkheid. De fragmenten die het…
Ben ik mijn herinneringen?

Veel mensen kennen het fenomeen dat jeugdherinneringen zich onttrekken aan rangschikking op basis van belangrijkheid. De fragmenten die het vaakst opduiken zijn niet zelden alledaags of onbegrijpelijk (of een combinatie daarvan). Maar ze blijven opborrelen, zonder aanwijsbare aanleidingen of bedoelingen. Waarom?
Door Johan van de Beek
Mijn hele volwassen leven heb ik levendige herinneringen aan gebeurtenissen uit mijn jeugd die zich kenmerken door onopvallendheid. Het zijn fragmenten zonder begin of einde. Ze hebben geen pointe. Wat heel vaak naar boven bubbelt, is een warme dag met een blauwe hemel. Ik sta op het balkon van het ouderlijk huis aan de Oranjelaan te R. Ik ben acht of negen jaar oud. Tussen de duim en wijsvinger van mijn linkerhand houd ik een klein bootje van doorzichtig plastic dat als surprise in een zakje ‘gemalen zout’ (salmiak) zat. Of misschien was het een Snoepje van de week van De Gruyter. Ik houd het bootje voor mijn linkeroog en kijk erdoor naar boven, tegen de zon in. Ik zie hoe het licht breekt in verschillende kleuren. Dan is het voorbij.
Dit wordt een ‘autobiografische herinnering’ genoemd, een ezelsbruggetje naar de jeugd. De scene is gedetailleerd. Er is weliswaar een abrupt einde, alsof de film plotseling stopt, maar tot dat moment is alles coherent.

Ik heb geprobeerd diepere betekenissen te zoeken achter die steeds weer terugkerende herinnering. Ik ben in de afgelopen jaren een paar keer teruggegaan naar de plekken uit mijn jeugd in de hoop dat die hernieuwde kennismaking iets zou losmaken. Tevergeefs. Toch voel ik nog steeds dat die balkonscène op de een of andere manier relevant is. En uniek voor mij. Maar ik kom er niet achter waarom. Uiteindelijk accepteer ik dat er, net zoals bij veel andere mensen, gebeurtenissen diep in het brein zijn opgeslagen die zich onttrekken aan pogingen tot duiding. „De herinnering is als een hond die gaat liggen waar hij wil”, schrijft Cees Nooteboom in Rituelen.
Ik weet nog goed dat toen ik als puber voor het eerst Nader tot U van Gerard Reve las, geraakt werd door een passage waarin hij zich afvraagt waarom veel van zijn herinneringen worden ingenomen door verhalen die “nooit vergelijkbaar zijn met andere geschiedenissen die men gehoord of gelezen heeft, en al evenmin iemand anders konden zijn overkomen”. Hij berust in de constatering dat “het op een of andere geheime wijze diep met mijzelf te maken heeft”. Dat is ook een kenmerk van het geheugen. Het dient alleen zijn eigen meester, aldus Charles Fernyhough in zijn boek Pieces of Light (The New Science of Memory).
De Brits-Indiase schrijver Gurwinder Boghal (The Prism op Substack) schrijft over de ongrijpbaarheid van herinneringen dit: “Hoewel ik een enigszins bewogen leven heb geleid, kan ik me weinig herinneren van de meest ingrijpende gebeurtenissen. Het merendeel van mijn levendigste herinneringen zijn alledaagse, vluchtige indrukken: mijn moeder die voor me zingt in bad, mijn vriend en ik die een ruimteschip bouwen van appelkratten, de strijd om een schoolbrief te vangen die door de wind wordt weggevoerd. Het belang van een levensgebeurtenis lijkt weinig invloed te hebben op hoe diep het in het geheugen gegrift zal staan. Het geheugen lijkt meer op een chimpansee die met een smartphone speelt en onbedoeld willekeurige kiekjes maakt, dan op een fotograaf die zijn megabytes reserveert voor HD-foto’s die ertoe doen”.

En dit is de Schots/Indiase Iona Italia (The Second Swim op Substack) in een briefwisseling met Gurwinder: “India bombardeerde me met (…) sandelhoutgeur, black dal makhani die ik met mijn vingertoppen opschepte zodat de smaak samensmolt met die van mijn eigen huid, de schorre ochtendklachten van kraaien. Al deze dingen brachten me terug. Maar niet naar cinematografische herinneringen, meer naar amorfe herinneringen aan mijn emoties als kind. Het was alsof ik naar een toneelstuk was geweest en elk detail van de dialoog en de actie was vergeten. Toen ik een glimp opving van een stoffig rood gordijn of een stuk tape op een houten vloer, werd ik plotseling overweldigd door de emoties die het toneelstuk opriep. We zijn allemaal schepen van Theseus”.

Italia haalt de fotografe Sally Mann aan. Die schrijft in Hold Still: A Memoir with Photographs dat als je herinneringen ongerept wil houden, je ze het best met rust kunt laten. Want elke keer als je teruggaat naar dat moment in het verleden, herinner je je niet de originele ervaring, maar de laatste keer dat je die ervaring uit je geheugen ophaalde. En dan voeg je er weer een kleine verandering aan toe. Herinneren brengt ons, zegt ze, niet dichter bij het verleden, maar vertekent het verleden juist, daarbij geholpen door een brein dat heel goed in staat is prachtige leugens te bedenken en tot hoogglans op te wrijven. Ze vergelijkt het met het bekijken van snapshots uit je jeugd:
Photography would seem to preserve our past and make it invulnerable to the distortions of repeated memorial superimpositions, but I think that is a fallacy: photographs supplant and corrupt the past, all the while creating their own memories. Photographs economize the truth; they are always moments more or less illusorily abducted from time’s continuum
(Fotografie lijkt ons verleden te beschermen en onkwetsbaar te maken voor de vervormingen die het geheugen aanbrengt door het toevoegen van extra betekenislagen. Maar ik denk dat dit een misvatting is: foto’s verdringen en corrumperen het verleden, terwijl ze hun eigen herinneringen creëren. Foto’s bezuinigen op de waarheid; het zijn altijd momenten die min of meer illusoir ontvoerd zijn uit het continuüm van de tijd)
Pieces of Light (2013) van Charles Fernyhough, een psychologieprofessor aan de Universiteit van Durham (GBR), helpt me mijn jeugdherinnering een plek te geven. Ook hij maakt in zijn boek een aantal reizen naar plekken die belangrijk waren in zijn verleden. Daaronder de Universiteit van Cambridge waar hij in het midden van de jaren tachtig studeert.
Hij beschrijft een fenomeen dat velen zullen herkennen. Je bezoekt een grote stad. Je bent er niet eerder geweest, maar toch komen veel straten, gebouwen en pleinen je bekend en vertrouwd voor. Hoe kan dat? Een deel van de verklaring is dat er voor jou velen zijn geweest die de bezienswaardigheden van de plaats al hebben ‘gecodeerd’. “Voordat je voet zet in de straten van een stad als Cambridge, zit je al vast in een fictief verhaal”. Al die studenten die met universiteitsshawls om hun nekken op hun fietsen over de kasseien kletteren? Het zijn scenes uit de herinneringen van anderen, oneindig herhaald, gepolijst en tot kunst verheven in films, romans en onmogelijk perfecte universiteitsbrochures. “De stad is al herinnerd voordat je er bent”, schrijft Fernyhough.

The Theory of Everything met Eddie Redmayne en Felicity Jones
Als hij jaren later terugkeert naar Cambridge heeft hij een aantal vreemde ervaringen. De stad die hij denkt te kennen brengt hem in verwarring. Zeker, hij ziet hij dingen die vertrouwd zijn. Maar het is ook alsof de plek samenzweert om hem van zijn stuk te brengen. Hij loopt door steegjes en over paden die hij kent van vroeger. Of denkt te kennen. Hij verdwaalt een paar keer. Dan loopt hij terug naar het punt waar hij de weg kwijtraakte. Daar slaat hij het goede pad in en voelt alles zeer vertrouwd. Maar waar is hij precies mee vertrouwd? Met een oude herinnering die plots levendig wordt of met een herinnering die hij zojuist heeft gecreëerd? Gaat dat gevoel van ‘hé, dat ken ik’ daadwerkelijk jaren terug? Of is het een heelal dat zijn brein minuten geleden heeft geschapen?

Het komt er op neer, merkt hij op, dat autobiografische herinneringen geen bezittingen zijn. Het zijn mentale constructies die in het heden worden gecreëerd om te voldoen aan de behoeftes van het nu. Dat is een heel andere benadering dan het idee dat herinneringen statisch zijn en vergeleken kunnen worden met mentale DVD’s die je uit een bibliotheek ergens in je brein haalt en afspeelt.
De herinnering mag heel precies en levendig zijn, maar dat betekent niet dat ze ook waargebeurd is. De wetenschap heeft al aangetoond dat mensen gebeurtenissen niet vastleggen zoals een camera dat doet. Wat wel gebeurt, is dat we enkele elementen uit gebeurtenissen opslaan. Als we ‘herinneren’ gebruiken we die elementen om een reconstructie te maken waarbij we gevoelens, overtuigingen en kennis toevoegen die op het moment van de gebeurtenis niet aanwezig waren. Dat is op het eerste gezicht een confronterende en desoriënterende gedachte. Sigmund Freud beweerde ook dat herinneringen waarin iemand zichzelf observeert (in de derde persoon) al suggereren dat het om fictie gaat. En dat is precies wat er aan de hand is met die balkonscène van mij. Ik zie mezelf daar staan. Alsof ik boven de scene zweef (zoals in de door Gencraft gecomponeerde AI-illustratie bij dit verhaal). Koester ik dus mijn hele leven herinneringen aan een gebeurtenis die ik bij elkaar heb gefantaseerd? En …is dit erg? Salvador Dalí zei ooit dat het verschil tussen valse en echte herinneringen hetzelfde is als tussen valse en echte juwelen. "Het zijn altijd de valse juwelen die het echtst lijken en het mooist schitteren".
Fernyhough citeert Salman Rushdie die over herinneringen schrijft dat die “selecteren, elimineren, veranderen, overdrijven, minimaliseren, verheerlijken en belasteren”. Maar uiteindelijk ontstaat een nieuwe realiteit die voor degene die herinneringen ophaalt min of meer coherent is. Het geheugen mag dan een leugenaar zijn, maar herinneringen zijn geen hallucinaties. Fernyhough: “Ik ben twee mensen tegelijk. De persoon die ik nu ben en de persoon die ik toen was. Beiden hebben hun inbreng”.
Heden en verleden nemen voortdurend plaats naast elkaar. En, om Reve te parafraseren, herinneringen verbinden hen, op een vooralsnog geheime wijze, met elkaar.

"We zijn allemaal schepen van Theseus"
메타데이터
- post_id
- e91f5de1eced
- slug
- ben-ik-mijn-herinneringen-e91f5de1eced
- url
- https://medium.com/@johanvandebeek/ben-ik-mijn-herinneringen-e91f5de1eced
- canonical_url
- https://medium.com/@johanvandebeek/ben-ik-mijn-herinneringen-e91f5de1eced
- author_url
- https://medium.com/@johanvandebeek
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-24 18:09:19