La Ginestra
De bloei van het Italiaans voetbal
La Ginestra
Or ti riveggo in questo suol, di tristi
Lochi e dal mondo abbandonati amante,
E d’afflitte fortune ognor compagna
Questi campi cosparsi
Di ceneri infeconde, e ricoperti
Dell’impietrata lava,
Che sotto i passi al peregrin risona;
Dove s’annida e si contorce al sole
- Giacomo Leopardi, 1836

Photo by _MV on Unsplash
De Vesuvius barstte uit in 79 na Christus en zaaide dood en vernieling in Pompeï, waar ooit villa’s, tuinen en grote en welvarende steden opkwamen. Op de flanken van de Vesuvius groeit de ginestra. Ook bekend als ‘De bloem van de woestijn’. De ginestra is een struik die bloeit waar de grond eigenlijk geen bodem is voor gewassen. Giacomo Leopardi gebruikte dat beeld om de weerbaarheid van de jeneverbes te tonen: groei bestaat, maar ze verandert de bodem niet.
Het Italiaans voetbal heeft veel weg van La Ginestra. Sommige clubs pieken nog door de assen heen en tonen tekenen van leven. Datagedreven rekrutering resulteert in plusvalenza, Italiaanse coaches als Conte, De Zerbi, Motta en Gasperini zijn tactisch toonaangevend over de hele wereld en Europese avonden in San Siro en Armando Maradonna zij nog steeds een uitbarsting van de magie van het voetbal. Maar de grote bloei blijft uit, althans, zo voelt het toch, omdat de bodem nog altijd vijandig is.
De vraag is niet of Italianen nog kunnen voetballen. Dat kunnen ze. De vraag is of het land ook de voorwaarden wil creëren waarin die kwaliteit structureel kan worden: niet één seizoen, niet één goede Europese run, niet één toernooi waarin alles toevallig klopt, maar een echte rinascimento. Leopardi’s ginestra bloeit. Maar zolang de assen van de Vesuvius het landschap dicteren, blijft het bloeien ondanks, in plaats van bloeien dankzij een vruchtbare bodem als fundering.
Italië is een van de grootste Europese voetballanden op papier: vier wereldtitels en een wereldwijd gekende traditie. De Serie A en de Azzuri beschikten jarenlang over genoeg iconische clubs en spelers om te concurreren met de topcompetities in verschillende sporten over de hele wereld. Maar wie naar de huidige staat van het Italiaanse voetbal kijkt, ziet een competitie en nationale ploeg die maar niet systematisch kunnen bloeien én worstelen met fundamentele problemen. Desondanks leverde enkel Italië twee van de laatste zes Champions League-finalisten. La Ginestra groeit waar het wilt. De paradox is eigenaardig: momenten van bloei zijn aanwezig, maar het systeem eromheen blijft achter op de Europese top. Maar hoe is het nu zo ver kunnen komen?
Italië had al vroeg een professionele structuur. De nationale voetbalbond (FIGC) werd al opgericht in 1898 en organiseert de Serie A al sinds 1929 als professionele hoofdcompetitie. In de jaren 30 gebruikte het regime sport expliciet als nationaal prestigeproject. Voetbal werd geïnstitutionaliseerd als sport, waarna het binnenlands werd gebruikt als een politiek tool om het gevoel van Italiaanse identiteit te ontwikkelen, en internationaal als diplomatiek instrument om de status van het regime op het wereldtoneel te verbeteren. Het WK 1934 in Italië werd een gigantisch succes met stadions en propaganda als uithangbord. Italië bouwde een reputatie als tactisch epicentrum: het catenaccio als Italiaans antwoord op de Britse dominantie, via coaches als Nereo Rocco, maakten Italië beroemd om defensieve organisatie en discipline. Het Italiaans voetbalelftal won het WK in eigen land en verlengde haar triomf in Frankrijk 4 jaar later. In 1936 won het ook het Olympisch kampioenschap.
Na de tweede wereldoorlog groeiden de clubs uit tot instituties dankzij industriële bedrijven en families (denk aan Juve en FIAT of Inter en Pirelli). De grote steden in het Noorden telden bijna allemaal twee profclubs, daardoor heeft Milaan de Derby della Madonnina, Rome de Derby della Capitale, Turijn de Derby della Mole en Genoa de Derby della Lanterna.

Silvio Berlusconi, mediamagnaat en later premier van Italië, bouwde met Mediaset een media-imperium uit en leidde AC Milan als voorzitter op dezelfde manier. De voorzitter dacht in termen van show en distributie, hij zag voetbal meer als entertainment en niet louter als topsport. Zijn Milan zette een standaard die anderen moesten volgen: topcoaches als Sacchi en Capello waren strategische keuzes die aantrekkelijk voetbal brachten en een vernieuwd trainingscomplex ‘Milanello’ werd de basis van een state-of-the-art omkadering. Topvoetballers waren zijn nieuwe tv-sterren. Andere teams volgden en deze armsrace transformeerde de Serie A in een aantrekkelijk product voor wereldsterren en sponsors.
In de jaren 80 en 90 van de vorige eeuw stond de Serie A gekend om zijn dynastieën; het Milan met Rijkaard-Gullit-Van Basten als Nederlandse exporten of de “Lippi”-machine van Juventus met Alessandro Del Piero, Gianluca Vialli en Didier Deschamps of Napoli dat twee keer de scudetto won dankzij een fenomenale Maradonna. Italië was mede dankzij de reglementering rond het aantal buitenlandse spelers per team, jarenlang toernooi-klaar. De clubteams waren een garantie in de top van het Europees voetbal en hun Italiaanse spelers waren een exportproduct voor de nationale ploeg.
Tot begin jaren 2000 was het bovenstaande ecosysteem voldoende voor Italië om mee te spelen in de top van Europa. Na de gewonnen WK-finale in 2006 speelde de Italianen echter geen enkele knockout-wedstrijd meer op het grootste toneel. Er blijft een krater achter in de leegte van de Europese grootmacht. Dit is echter een beperkte weergave en niet per se de enige realiteit; de Italianen wonnen het EK in 2021, zowel Juventus als Internazionale wist in een periode van 3 jaar 2 keer de finale van de Champions League te halen, AS Roma en Internazionale stonden elk eenmaal in een Europa League finale na Covid-19 en drie van de 4 Conference League finales hadden een deelnemer uit de laars van Europa. Toch is de publieke opinie vaak dat concurrerende landen Italië konden inhalen en zelfs achterlieten. Zoals de ginestra bloeit op asgrond, zo presteert Italië vaak ondanks zijn fundament.
De hervorming van de Premier League, de opkomst van voetbalclubs als privé-eigendommen van Golfstaten, miljardairs uit Amerika en multi-ownershipmodellen, maakten de jongste decennia een enorme inhaalbeweging. Deze clubs doen tegenwoordig mee tot diep in de knockout-fases van de Champions League en doorbraken de Italiaanse heerschappij. Clubs in de Premier League bouwden hypermoderne stadions, vermenigvuldigden hun omzetten via tv-gelden. Ook de grote Europese teams uit Parijs, München, Madrid en Barcelona bouwden nieuwe stadions, jeugdopleidingen en verdienden miljoenen euro’s via tv-geld en binnenlandse competities. Volgens de meest recente publicatie van Deloitte Football Money League, behaalden de 20 rijkste clubs in Europa een omzet van in totaal meer dan 12 miljard euro. Slechts drie van deze clubs zijn actief in Italië, allen buiten de top 10.

Deloitte Football Money League, 2026
In 2010, na de desastreuze prestatie van het nationale team, werd Roberto Baggio aangesteld als voorzitter van het Settore Tecnico (het technische departement, gelinkt aan Coverciano) van het FIGC. Zijn opdracht kwam in essentie neer op: moderniseer opleiding en jeugdontwikkeling en maak het Italiaans voetbalsysteem opnieuw competitief. Herstel de bodem zodat de bloei structureel kan blijven bestaan.
Baggio werkte een zeer uitgebreid hervormingsplan uit. Er moest een revolutie plaatsvinden in de trainerscursussen, met striktere criteria voor instructeurs. Italië moest in 100 districten verdeeld worden die elke gemonitord werden door verantwoordelijken die duizenden wedstrijden per jaar overzien. Een nationaal digitaal archief moest worden aangelegd waar videoplatformen en technische databases, de evolutie van jonge voetballers mee kunnen opvolgen. Technische evaluaties moesten zich niet langer beperken tot fysieke parameters maar beloftevolle voetballers ook evalueren op complexe onderwerpen zoals coördinatie, ethische vorming en spelinzicht. Een permanent intelligentiecentrum moest worden opgericht waar onderzoek kon worden gedaan naar moderne methodologieën, data en innovatie.

Later werd bekend dat hij een rapport van ongeveer 900 pagina’s, eind 2011 presenteerde. zijn project bleef echter op papier. ‘Divin Codino’ zei publiek dat hij zijn plan had ingediend, maar dat het dode letter bleef. Hij klaagde een gebrek aan operationele ruimte aan. Baggio zat in een technische rol, maar structurele hervorming vraagt macht over budgetten, competitieregels, jeugdquota’s, clubbelangen en bestuurlijke besluitvorming, precies de zones waar een federatie traag en politiek is.
De eruptie is zijn ontslag in januari 2013. Baggio stapte op en noemde het project in essentie een mislukking omdat hij niet kon doen waarvoor hij was aangesteld. De wederopbouw raakte vast in de asgrond.
Na de EK-winst in de zomer van 2022 is Italië terug in een fase van onzekerheid beland. De vroege exit op EURO 2024 tegen Zwitserland (0–2 in de achtste finale) voelde als een reality check. Het elftal had moeite om zijn stempel op wedstrijden te drukken, absolute topspelers waren eerder een uitzondering dan de standaard en een voetballende identiteit was minder voelbaar dan vroeger. De grote schok kwam pas later, in de WK-kwalificatie richting 2026. Italië begon met een 0–3 nederlaag in Noorwegen. Kort daarna werd bondscoach Luciano Spalletti aan de kant geschoven. De federatie koos vervolgens voor een emotionele reset: Gennaro Gattuso werd aangesteld met als opdracht Italië eindelijk weer naar een WK leiden, na het missen van de laatste 2 edities.
Anderzijds is het belangrijk om te kijken naar structurele Europese positie. UEFA’s ranking- en coëfficiëntsystemen tonen dat Italië als land nog steeds stevig meedoet in de Europese puntenstrijd (aantal tickets, plaatsing en seeding). Dat is niet alleen prestige: het bepaalt hoeveel clubs er in de Champions League/Europa League geraken en hoe “haalbaar” de route is voor deze teams. Italië is niet irrelevant of een kleine speler geworden, maar teams kunnen niet constant concurreren met sommige supervulkanen uit de andere Europese topcompetities.
De Italiaanse juridische en administratieve wereld staat bekend als bijzonder ingewikkeld en vertraagde soms zelfs decennialang allerlei belangrijke projecten, omdat plannen door een ongelooflijk lang juridisch proces moeten, Roberto Baggio weet er alles van. Stadions hebben een prijs, maar zijn op lange termijn de juiste investering, menig topclub blijft draaiende dankzij de matchday-inkomsten in combinatie met de commerciële zijde en het tv-geld. Sommige Italiaanse voetbalclubs hebben het geld om nieuwe stadions te bouwen, maar zien door de bureaucratie projecten stilvallen. Zo zijn de wetten die de status van historische gebouwen beschermen in Italië vaak erg rigide.
Dat betekent dat clubs die hun nieuwe stadion willen bouwen op de site van een bestaand stadion, het huidige stadion niet mogen slopen. Dat is het geval bij AC Milan en Internazionale, die meermaals te horen kregen dat San Siro “cultureel belang” heeft en daarom niet kon worden afgebroken. Clubs die dat proces niet doorkomen en vervolgens proberen hun nieuwe stadion elders te bouwen, slagen er meestal niet in om met de betrokken gemeenteraad overeenstemming te bereiken over zo’n megaproject, waardoor het plan doorgaans opnieuw vastloopt. Daarnaast is het, om de geschiedenis en toegankelijkheid van staatsgrond en openbare structuren te beschermen, juridisch doorgaans erg ingewikkeld om publieke eigendommen aan private partijen te verkopen. Gemeenten moeten rekening houden met de toegang van de omringende gemeenschap tot publieke ruimtes. Daarnaast kan het moeilijk zijn om met de gemeente een betrouwbare inkomstenstroom te onderhandelen. Meestal is het onwaarschijnlijk dat een voetbalclub naar een ander stadion verhuist, en dus rekenen gemeenten vaak op de huur die clubs betalen om eventuele cashflowproblemen te verlichten.

Photo by Pierre Antona on Unsplash
Er zijn veel nadelen aan het huren van een stadion. Ten eerste zijn lokale besturen doorgaans erg terughoudend om stadions te renoveren, tenzij het echt moet. Met zeer krappe budgetten legt het lokale bestuur vaak andere prioriteiten, waardoor stadions in verval raken. Ten tweede, is er een gebrek aan controle over de indeling en de fan-beleving. Veel Italiaanse stadions hebben atletiekpistes rond het veld. Dat is een overblijfsel van Italia ’90. De renovatiekosten voor dat toernooi liepen 84% boven budget, en het organisatiecomité moest financiering vragen aan het Italiaans Olympisch Comité, dat erop stond dat sommige stadions een piste kregen. Die keuze viel slecht bij veel Italiaanse fans, die vonden dat de afstand tot het veld de sfeer kapotmaakte. Kijk maar naar de Premier League waar je met frontrow seats bijna de zijlijn kan aanraken. Zo’n asset bezitten stimuleert toerisme en buitenlandse investeringen. Toen Juventus het niet zo populaire Stadio Delle Alpi al 20 jaar na de bouw voor Italia ’90 afbrak, bouwden ze het Allianz Stadium zonder piste, een keuze die enorm populair bleek bij de supporters. Een eigen stadion faciliteert financiële stabiliteit en groeipotentieel. De huur die clubs aan de gemeente betalen stijgt voortdurend en eigendom betekent dat clubs als Juventus niet alleen geen huur meer hoeven te betalen, maar ook meer controle krijgen over matchday-inkomsten uit bijvoorbeeld tickets en merchandising.
Naast het Allianz Stadium zijn vier andere Serie A-stadions in clubbezit: San Siro werd recent opgekocht door AC Milan en Internazionale, verder zijn er Sassuolo’s Mapei Stadium, Udinese’s Stadio Friuli & Atalanta’s Gewiss Stadium.

Photo by Isaac Maffeis on Unsplash
Serie A-voorzitters opperen al jarenlang dat ze hun stadions willen bezitten. In 2015 zei toenmalig Roma-voorzitter James Pallotta dat de club een privé-eigendom stadion móét hebben om op het hoogste niveau te kunnen concurreren. Ook Napoli-president Aurelio De Laurentiis hintte naar de aanstelling van een regeringscommissaris die clubs zou helpen bij het bouwen van nieuwe stadions.
Internazionale, AC Milan en Roma hebben plannen aangekondigd om stadions te bouwen. De twee Milanese clubs kochtten de grond waar San Siro opstaat, evenals het stadion, in de hoop het nieuwe stadion, met 70.000 zitplaatsen, te bouwen tegen 2030. AS Roma hoopt dat een nieuw stadion in de wijk Pietralata in 2027 klaar zal zijn.
Deze datums zijn niet willekeuriggekozen; Italië en Turkije organiseren samen het EK 2032. Tot nu toe zijn 10 Italiaanse stadions genoemd als mogelijke speelsteden:
• Stadio San Siro (Milaan)
• Stadio Olimpico (Rome)
• Stadio San Nicola (Bari)
• Stadio Diego Armando Maradona (Napels)
• Stadio Artemio Franchi (Firenze)
• Allianz Stadium (Turijn)
• Stadio Luigi Ferraris (Genua)
• Stadio Marcantonio Bentegodi (Verona)
• Stadio Renato Dall’Ara (Bologna)
• Stadio Cagliari (Cagliari)
De UEFA weigerde reeds de goedkeuring van stadions in Rome, Napels, Firenze, Bari, Genoa, Verona, Bologna en Cagliari. Tenzij Italië de komende maanden en jaren aan uitgebreide renovatieprojecten van de stadions begint, kan de UEFA overwegen om Turkije de volledige hostingrechten voor het toernooi toe te kennen. De toewijzing van de speelsteden wordt afgerond in oktober 2026 en gezien de huidige zorgen in Italië, lijkt het waarschijnlijk dat er meer stadions in Turkije zullen liggen in plaats van een 5:5-verdeling. Momenteel zijn Allianz Stadium en het toekomstige San Siro de enige Italiaanse stadions met een realistische kans om EK 2032-wedstrijden te hosten.
Het belang van deze infrastructuur is dat een stadion tegenwoordig niet enkel ‘stoelen en beton’ is, maar een businessmodel achter de club. De betere fanbeleving moet jong publiek aantrekken, families welkom heten en internationaal toerisme faciliteren zoals in de Premier League het geval is. Meer non-matchday events betekenen meer inkomsten wat dus leidt tot meer budget voor transfers, loonlast, scouting & academie. Zolang de Serie A hierin achterloopt, blijft ze afhankelijk van transferinkomsten waardoor ze sportief blijft achterlopen.
Toch is er een duidelijke beweging richting modernisering: buitenlandse investeerders vinden steeds meer hun weg naar de Serie A. 7 van de 20 clubs in deze editie van de Serie A zijn in handen van Amerikaanse hedgefunds, Como schrijft een nieuw verhaal met zijn Indonesische eigenaar en ook Genoa, Bologna en Fiorentina zij in buitenlandse handen. Dit resulteert niet alleen in kapitaalinjecties maar in een andere manier van management: er is meer budgetdiscipline, moneyball vindt zijn weg naar de Serie A en de werking op lange termijn krijgt (vaak tot frustratie van fans die snel succes willen) de voorkeur op het suikeroom-model. Deze eigenaars zien een potentieel in de Serie A en haar clubs die ze via de druk op infrastructuur voor nieuwe stadions willen behalen. De harde deadline van UEFA voor het organiseren van het EK in 2032 kan een hefboom zijn voor het Italiaans voetbal om zich weer te heruitvinden zoals een ruwe 100 jaar geleden werd gedaan. De winnaar zal moeten leren uit eerdere cases zoals die in de Premier League maar zal ook lessen trekken uit buitenlandse investeringen en de gevaren die die met zich meebrengen in andere landen. Fans vrezen soms voor ontvreemding van de lokale identiteit door constante spelershandel in plaats van ruimte voor lokale helden en dynastieën. De volkse prijzen en het behoud van matchday-cultuur zijn andere aspecten waar Italiaanse voetbalfans veel belang aan hechten.
De deadline komt eraan. Kan Italië wederom de jaren dertig gebruiken als prestigeproject? Als de grote stadionprojecten worden gerealiseerd in Milaan, Rome, Napels, Firenze etc., kan Italië binnen enkele jaren opnieuw structureel dichter bij de top komen: hogere inkomsten leiden tot betere selecties die meer Europese consistentie behalen. Als deze projecten blijven hangen in politiek/juridisch getouwtrek, blijft Italië een land van Ginestri (uitzonderlijke finales, toevallige campagnes) maar zonder constante dominantie. Voor de nationale ploeg betekent een betere clubomgeving uiteindelijk ook een betere kweekvijver. De aanstelling van Gattuso is dan minder ‘de oplossing’ dan een symbool: Italië zoekt weer grinta en samenhang, maar het fundament moet mee evolueren of La Ginestra groeit alleen.
메타데이터
- post_id
- ee621fe2dbfd
- slug
- la-ginestra-ee621fe2dbfd
- url
- https://medium.com/@gillesmbb/la-ginestra-ee621fe2dbfd
- canonical_url
- https://medium.com/@gillesmbb/la-ginestra-ee621fe2dbfd
- author_url
- https://medium.com/@gillesmbb
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-10 13:32:34