Writer’s block
Voor een slechte dag op de fiets kent het wielerjargon veel uitdrukkingen: vierkant rijden, slechte of afgesneden benen hebben. Er doorheen…
Writer’s block
Voor een slechte dag op de fiets kent het wielerjargon veel uitdrukkingen: vierkant rijden, slechte of afgesneden benen hebben. Er doorheen zitten. Een te kleine motor hebben. Geen platte prijs rijden. Gezien zijn. Harken, kraken, een jasje uit doen. Kapot, steendood zitten. Een koekenbakker, pannenkoek. Passen, plooien, het nekkie eraf; uitgewoond en met pap in de benen er ronduit af gepierd worden.
Het equivalent voor de schrijver is een writer’s block.
Ervaring leert dat het soms kan gebeuren. Geen wanhoop, geen paniek; ook dat geleerd. Maar wat te doen bij een langer durende vormcrisis? Is het zaak om extra bij te trainen? Straftraining? Of juist even rust nemen, afstand houden?
De voorjaarklassiekers leverden verhalen op. Daarna viel ik stil. Na een poosje zonder forceren, probeerde ik te verdapperen. Onderwerpen kwamen wel op: verhaalideeën, flarden van teksten, maar de eindsprint ontbrak, in de finale moest ik laten lopen.
Iedere aanzet voelde voorspelbaar. Een beetje als de Giro. De ontknoping werd al voorspeld nog voor het verhaal begon; Pogačar kleurde het verhaal precies in zoals verwacht werd. Kundig en technisch volleerd, dat wel, maar spanning, conflict, drama ontbrak.
Ik liet de eindsprint lopen. Geen DNS, wel DNF’s achter mijn naam. Ik had een slechte pen. Of slechte vingers die scherpte misten op het toetsenbord.
Ik moest herbronnen. De schrijfblokkade overwinnen, of omzeilen.
Als de Giro dan niet voor de inspiratie zorgde, moest het van elders komen. Op mijn verjaardag kreeg ik “Schrijven vanuit je hart”. Zestig inspirerende kaarten om te schrijven vanuit een nieuw perspectief. Ik ging er voor zitten. Ik las de eerste kaart: Begin met ‘Ik denk aan’. Als je vastloopt, schrijf dan opnieuw ‘Ik denk aan’ en ga door.

Bron: Natalie Goldberg
Ik dacht aan mijn koers later die dag. Wat mijn ambitie was. Dat ik meteen vooraan wilde zitten, dat ik de koers mee wilde maken. Dat ik mee wilde springen in de kopgroep; een top 10 plek wilde bemachtigen, stiekem hoopte op het podium.
Ik typte. Weer wat flarden. Nog geen concreet verhaal, maar wel wat woorden op papier. Wat niet was, kon nog komen. Ik moest naar de koers.
Ik dacht een kansje te maken…
Ik reed als een krant. Het was afzien, pijn in de benen. Mijn maag had zich omgekeerd; ik kon het overgeven net voorkomen. Ik vocht, maar moest het peloton laten gaan. Geen DNF, wel geklasseerd. Maar ver buiten de gehoopte top 10.
Ik besloot op de fiets naar huis te gaan. Toch een soort straftraining. Ik dacht aan het kaartje. Ik denk aan… De lijst van uitdrukkingen voor een offday op de fiets werd uitgebreid. Ik zat achterstevoren op de fiets. Het deed overal pijn. Elke trap was mis. Wielerverhalen zijn niet altijd mooi.
Zo peinsde ik, twintig ellenlange kilometers naar huis. Bij het inrijden van onze straat dacht ik: het zou leuk zijn een keer de benen van Pogi te hebben.
Niet spannend, wel fijn.
메타데이터
- post_id
- ee6c5efdbc0c
- slug
- writers-block-ee6c5efdbc0c
- url
- https://medium.com/@dikschrijft/writers-block-ee6c5efdbc0c
- canonical_url
- https://medium.com/@dikschrijft/writers-block-ee6c5efdbc0c
- author_url
- https://medium.com/@dikschrijft
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-16 10:13:15