Een Vredige Toekomst
Het zeikt van de regen. Met kracht duwt Johan zijn trappers in het rond. De bus naar Assen gaat over 5 minuten en die moet hij halen. Het…
Een Vredige Toekomst
Het zeikt van de regen. Met kracht duwt Johan zijn trappers in het rond. De bus naar Assen gaat over 5 minuten en die moet hij halen. Het is de tweede week van zijn coschappen. Hij kan niet te laat komen. Maar eerst moet hij nog een nieuwe strippenkaart.
Hij had te lang naar de krant staan kijken aan het aanrecht. Zijn koffie was al lauw. “Waar moet het heen met de wereld”, had hij tegen zijn zusje gezegd die hem ongeïnteresseerd over de tafel had aangekeken. Al dagen hield het hem bezig. De afgelopen weken liep de spanning op in het Midden-Oosten. De meeste van zijn vrienden zijn uitgesproken pro-Israël, maar volgens hem is het niet zo simpel. De Palestijnen begonnen deze opstanden niet voor niets. Maar zijn ouders begrijpen niet dat hij zo vol is van iets dat zo ver weg is. “Het zal zo’n vaart niet lopen”, zeggen ze telkens om ervan af te zijn. Dorpse naïviteit vindt hij het. Snappen ze niet dat dit conflict de hele wereld in zijn greep kan krijgen? De verdeeldheid groeit al. Bart spreekt niet meer tegen hem sinds hij de goedmoedigheid van het Israëlische leger bevraagd heeft. Een gepassioneerd gesprek staat met dit onderwerp al snel op scherp.
Net op tijd ziet hij de auto die rechts uit de Pompstraat komt. Hij kan nog net uitwijken en versnelt. De bestuurder toetert. “Ja. Ja. Rustig maar. Moet die bus maar niet één keer per uur gaan.”
Aaltje ziet hoe die jongen van Veenstra op de fiets door de stromende regen ploegt. Zijn vaal blonde haar plakt nat tegen zijn gezicht. Haasten voor de bus. Ze glimlacht. Hij zal het wel nooit leren.
Jeetje, dat ging net goed met die auto. Och, wat rijden die auto’s hier toch hard door de straat. Het wordt ook steeds drukker met al die import die hier komt wonen en in de stad werkt. Ze moet Bertus zeggen dat hij een heg moet planten om de tuin. Anders rennen de kleinkinderen in de zomer zo de straat op.
Ze is trots op haar familie. Vier van haar zes kinderen zijn het huis al uit. Gelukkig wonen ze met hun gezinnen allemaal hier in het dorp. Vier kleinkinderen heeft ze al en ze weet dat dit enkel het begin is. Ze heeft nooit bewust gedroomd van veel kinderen. Het gebeurde allemaal gewoon. Nu neemt haar trots toe met het rappe tempo waarin hun familie groeit.
Zij heeft een rustige ochtend. Ze moet alleen nog langs de slager voor twee pond half om half. Haar middelste zoon Hans eet vanavond weer mee. Hun schoondochter ligt al een paar dagen in het ziekenhuis. Hij had gezegd dat hij zelf wel kon koken, maar twijfelde geen moment toen ze had gevraagd of hij bij hen wilde eten zolang hij alleen thuis is.
De ruitenwissers piepen. Hij neuriet mee met de radio. De hele dag draait dit nummer in de werkplaats. “Because I gotta have faith, faith, faith. Tudududu.” Het wordt alweer vroeg donker en Hans is blij dat hij direct kan aanschuiven bij zijn ouders. Woensdag. Gehaktballen. Alida maakt ze lekker, maar tegen die van zijn moeder kan ook zij niet op.
“Volk!” roept hij wanneer hij de achterdeur achter zich dichttrekt. Zijn moeder komt hem al tegemoet. In haar hand een gehaktbal in een keukenpapiertje. “Je kunt meteen weer om. Je werk belde. Het ziekenhuis had gebeld net toen je de deur uit was.”
Veel van de weg krijgt hij niet mee. De afgelopen dagen heeft hij deze route elke avond afgelegd, maar nooit met deze spanning. Langs de vaart. Verrekte verkeerslichten. Spring op groen! Pas bij het ziekenhuis lijkt het of hij weer kan ademen.
Hij ziet haar al zitten als hij de afdeling oploopt. De deur zit recht tegenover de lift. Ze zit op de rand van het bed met haar rug naar hem toe. Haar rug staat vol op spanning. Hij kruipt achter haar op het bed en kriebelt met zijn snor lang haar nek. “Hé, labbekakker. Gelukkig ben ik op tijd.” Ze gromt en ademt oppervlakkig. Hij ziet haar gezicht niet, maar weet precies hoe gespannen dat nu staat. Hij wrijft over haar rug en ze ontspant wat. Die werking heeft hij op haar. Gelukkig hoeft ze dit niet alleen te doen. Hij weet dat zij hetzelfde voelt.
Het ging allemaal heel snel. Hij stond naar de radio te luisteren in het kantoortje. In de Gazastrook zette Israël vandaag voor het eerst tanks in, mogelijk was er fraude gepleegd bij de presidentsverkiezing in Zuid-Korea én er waren bomaanslagen met vuurwerk in Delft. Dat gaat lekker. Johan maakt zich zorgen over waar het allemaal naartoe moet. Terwijl deze afdeling toch juist gevoed wordt door blijdschap en toekomstzin.
Op dat moment roept de gynaecoloog dat hij de geboortetang moet halen. Het duurt nu te lang in kamer 5. Als hij binnenkomt herkent hij ze meteen. Het stel uit de Eikenlaan. Wanneer de moeder de tang ziet blijkt die niet nodig. Met een kracht duwt ze alles in beweging. Woensdag 16 december, kwart voor zeven. Zijn eerste bevalling en meteen een tweeling.
Terwijl hij de jongentjes in hun couveuses legt, ziet hij de verdwaasde blik van hun vader in zijn grote blauwe sweater en bruine ribbroek. Ineens naast kind ook ouder. Hij kan zich de druk van die verantwoordelijkheid niet voorstellen.
“Nou Gerards, gefeliciteerd! Een beetje klein, maar ze doen het prima. Even een aantal dagen in de couveuse, en dan mogen ze na de kerst mee naar huis. Hopelijk gaan ze een mooie en vredige toekomst tegemoet.”
메타데이터
- post_id
- fc8ac3c6c12e
- slug
- een-vredige-toekomst-fc8ac3c6c12e
- url
- https://medium.com/@marcmaris/een-vredige-toekomst-fc8ac3c6c12e
- canonical_url
- https://medium.com/@marcmaris/een-vredige-toekomst-fc8ac3c6c12e
- author_url
- https://medium.com/@marcmaris
- status
- ok
- fetched_at
- 2026-07-19 23:10:02